Bloedonderzoek
Deze pagina gaat alleen over de uitslagen na bloedanalyse.
In onderstaande tabellen leest u de normaalwaarden voor een hond.
Deze liggen niet exact vast, d.w.z. het kan per onderzoeksapparaat iets
verschillend zijn.
Bovendien zijn niet alle mogelijke conclusies weergegeven.
Bij een aantal onderzoeken worden de waarden als "U" opgegeven.
Hierbij staat U voor unit = eenheid, een niet nader genoemde "eenheid".
naar: Klinisch Chemisch onderzoek
naar: Haematologie
naar: Hormonen
naar: Elektrolyten en bloedgaswaarden
Klinisch Chemisch onderzoek
KREATININE
Dit is een maat voor de nierfunctie.
Uitleg
Kreatinine is een afbraakproduct van kreatine, dat in spierweefsel voorkomt. Onder normale omstandigheden is het gehalte aan kreatinine in het bloed continu redelijk constant op een bepaald niveau, omdat het constant via de nieren wordt uitgescheiden. De hoeveelheid kreatinine in het bloed is een maat voor het uitscheidingsvermogen van de nieren. Helaas zien we bij een nierprobleem pas een duidelijke stijging van het kreatinine gehalte in het bloed als al 60% van de nierfunctie verloren is gegaan. Bij sterk gespierde honden en snelle vermagering zien we hoge kreatinine waarden; bij magere honden met weinig spieren een laag gehalte aan kreatinine.
Normaalwaarden
55 + (1.2 x het lichaamsgewicht) µmol/l
Lage waarden
Dieren met weinig spieren
Hoge waarden
Verminderde nierfunctie door acuut of chronisch nierlijden
Uitscheiding via de nieren minder door uitdroging of shock
Plasma is rood door kapotte rode bloedcellen
Getrainde dieren met veel spiermassa
Suikerziekte (en slecht eten!)
Behandeling met een antibioticum uit de groep cephalosporinen
terug
UREUM
Ureum is een maat voor de nierfunctie.
Uitleg
Ureum wordt in de lever gevormd uit ammoniak, dat voor het grootste deel afkomstig is uit de afbraak van eiwitten. Het wordt voor het grootste deel uitgescheiden via de nieren. De bepaling van ureum zegt dus iets over de ureumproductie in de lever en over de uitscheidingscapaciteit van de nieren. Om invloed van voedseleiwitten uit te sluiten, is het beter om de patiënt 12 uur te laten vasten voor bloedafname.
Normaalwaarden
lager dan 11 mmol/l
Lage waarden
Verminderde leverfunctie
Minder eiwitopname via het voedsel
Verhoogde urineproductie
Hoge waarden
Verminderde nierfunctie door acuut of chronisch nierlijden
Verhoogde afbraak van eiwitten: hoge eiwitopname via de voeding, koorts met verval van weefsel en dus eiwitafbraak, verhoogde stofwisseling bij bijvoorbeeld een te snel werkende schildklier of gebruik van prednison.
Bloeding in het maagdarmkanaal
Verminderde nierdoorbloeding: uitdroging, bloedverlies, shock, lage bloeddruk door verminderde hartfunctie.
terug
FOSFOR
Fosfor is een maat voor de nierfunctie.
Uitleg
Fosfor speelt o.a. een rol bij de opbouw van het skelet en de energiehuishouding. Het wordt uitgescheiden via de nieren en is daarmee ook een maat voor de nierfunctie.
Normaalwaarden
0.58 - 1.68 mmol/l
Lage waarden
Anorexie
Tumoren
Te actieve bijschildklier
Hoge waarden
Ernstig verminderde nierfunctie door acuut of chronisch nierlijden
Honden jonger dan 1 jaar
Plasma is rood door kapotte rode bloedcellen
Bottumoren
Hyperthyreoidie
Blaasruptuur
terug
CALCIUM
Calcium kan een aanwijzing zijn, naast andere onderzoeksresultaten, voor ernstige ziektes.
Uitleg
Calcium speelt o.a. een rol bij de opbouw van het skelet en een groot aantal andere functies in het lichaam. De calcium bepaling is zeer temperatuurgevoelig. Omdat een verhoogd calciumgehalte vaak een aanwijzing is voor ernstige aandoeningen, moeten we minimaal 3 keer verspreid over enige tijd het gehalte bepalen om zekerheid te verkrijgen over de betrouwbaarheid van het resultaat.
Normaalwaarden
2.57 - 2.98 mmol/l
Lage waarden
Eiwitten in het bloed verlaagd (o.a. bij Protein Loosing Enteropathie)
Eclampsie (onrust, krampen bij de zogende teef = puerperale tetanie)
Antivriesvergiftiging
Alvleesklierontsteking
Toediening van prednison
Chronisch nierfalen
Hoge waarden
Eiwitten in het bloed verhoogd
Kwaadaardige processen: maligne lymfoom, anaalzakkliercarcinoom
Ziekte van Addison
Te actieve bijschildklier
terug
AF (ALP of AP)
AF is o.a. een maat voor leverproblemen en botafwijkingen
Uitleg
AF is een enzym, dat door verschillende organen wordt geproduceerd. We meten de AF die door levercellen en beencellen wordt geproduceerd. Een verhoging van AF zegt alleen iets, als die verhoging minimaal 2 keer de maximale normaalwaarde is en moet altijd in samenhang met andere metingen beoordeeld worden; bij vermoeden van leverlijden altijd de galzuren meten. Deze meting zegt bij katten veel minder dan bij honden.
Normaalwaarden
lager dan 147 U/l
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
Leveraandoeningen: gestoorde galafvoer, acute en chronische leverontstekingen
Jonge dieren (dat is normaal)
Toediening van prednison
Ziekte van Cushing
Toediening van bepaalde narcose middelen (barbituraten)
Ingrijpende of uitgebreide botaandoeningen.
terug
ALT (ALAT of GTP)
ALT is een maat voor levercelbeschadiging
Uitleg
ALT komt vrij in het bloed bij beschadiging van levercellen. Dat kan een geringe beschadiging zijn die snel herstelt, maar ook bij zeer ernstig levercelverval. Een verhoging van ALT zegt alleen iets, als die verhoging minimaal 2 keer de maximale normaalwaarde is en moet altijd in samenhang met andere metingen beoordeeld worden; bij vermoeden van leverlijden altijd de galzuren meten. Het is een waardevolle bepaling bij zowel hond als kat.
Normaalwaarden
lager dan 120 U/l
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
Acute en chronische (actieve) leveronsteking
Koorts, geringe belasting met giftige stoffen of medicijnen, darmontsteking: geringe verhoging.
Ernstige vergiftiging
Leverbeschadiging door ongeval
Levertumoren (bij uitzaaiingen vaak niet verhoogd!!)
Galwegontsteking
Shock
terug
AST (ASAT, GOT)
AST is een maat voor ernstige celbeschadiging
Uitleg
AST komt vrij als er sprake is van een ernstige celbeschadiging in o.a. lever, hart, skelet en spieren.
Normaalwaarden
lager dan 63 U/l
Lage waarden
Geen betekenis.
Hoge waarden
Plasma is rood door kapotte rode bloedcellen
Ernstige leveraandoeningen
Ernstige spieraandoeningen: ontsteking, trauma, langdurige krampen, reumatoïde spieraandoeningen
Hartspieraandoeningen.
terug
Bilirubine
Bilirubine is een maat voor de afbraak van rode bloedcellen en leverproblemen.
Uitleg
Bilirubine is vooral een afbraakproduct van bloedcellen, die uiteindelijk via de lever en de darm als gal wordt uitgescheiden. Vaak zien we al een verhoogd bilirubine gehalte aan de buitenkant door geelzucht (geelverkleuring van de huid en slijmvliezen). Bilirubine zegt niets over de aard van een leverprobleem.
Normaalwaarden
lager dan 8 µmol/l
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
Verhoogde afbraak van rode bloedcellen
Leverproblemen
Obstructie galwegen
terug
Galzuren
Galzuren zijn een betrouwbare maat voor de leverfunctie. Het moet wel altijd in een nuchter dier worden onderzocht.
Uitleg
Galzuren worden gevormd in de lever vanuit cholesterol. Ze worden ingezet bij de uitscheiding van afvalstoffen via de gal naar de darm.
Normaalwaarden
lager dan 8 µmol/l
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
Verminderde galstroom door leveraandoeningen
Lekkage van galzuren naar het bloed door leveraandoeningen
Verminderde galafvoer door blokkade van de galwegen
Portosystemische shunt
terug
GGT
GGT is een betrouwbare maat voor een gestoorde galafvoer ten gevolge van een chronisch leverprobleem.
Uitleg
GGT komt in het bloed bij een sterk gestoorde galafvoer door bijvoorbeeld tumoren of levercirrhose (vervanging van functionele levercellen door niet functioneel bindweefsel)
Normaalwaarden
lager dan 10 U/l
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
Gestoorde leverfunctie
Afsluiting van de galwegen
Medicijnen: corticosteroiden, fenobarbital
terug
glucose
Glucose (=suiker) bepaling is vooral van belang bij suikerziekte (diabetes mellitus)
Uitleg
Teveel glucose in het bloed wordt o.a. veroorzaakt doordat het hormoon insuline niet meer in staat is om de suikerverbranding voldoende te laten plaats vinden. Bij het vinden van te veel glucose in de urine moet altijd de glucose spiegel in het bloed gemeten worden. Het kan namelijk ook zijn, dat er glucose in de urine terecht komt door een verlies van suiker via de nieren. In dat geval is de bloedsuikerspiegel te laag. Bij suikerziekte komt glucose in de urine terecht omdat er te veel in het bloed zit. Kortom: nooit insuline spuiten op basis van alleen een urine onderzoek; het zou een dodelijke injectie kunnen betekenen.
Normaalwaarden
2.2 - 8.2 mmol/l
Lage waarde
Te veel insuline gespoten bij een suikerziekte patient
Tumor van de alvleesklier
Ziekte van Addison
Ondervoeding
Leverziekte
Hoge waarden
Na een maaltijd (gering verhoogd)
Suikerziekte
Voorstadium suikerziekte, direct in aansluiting op de loopsheid
Ziekte van Cushing
Toediening van prednison
terug
Fructosamine
Onderscheid maken tussen suikerziekte en andere oorzaken van een hoge suikerspiegel in het bloed.
Uitleg
Fructosamine is een weergave van de glucosespiegel in een periode van 1 - 3 weken voorafgaand aan de meting. Het wordt niet beïnvloed door tijdelijke kleine schommelingen in de bloedsuikerspiegel. Dat betekent, dat als het gehalte fructosamine in het bloed normaal is en de bloedsuikerspiegel iets te hoog, we hier te maken met een tijdelijke schommeling. Bij een suikerziekte patiënt die behandeld wordt met insuline, weten we dan, dat de patiënt ondanks de licht verhoogde suikerspiegel toch goed gereguleerd is.
Normaalwaarden
258 - 344 µmol/l
Lage waarden
Tumor van de alvleesklier: insulinoom.
Hoge waarden
Suikerziekte
Geel plasma door te veel gal in het afgenomen bloedmonster
Rood plasma door te veel kapotte rode bloedcellen
terug
KALIUM
Inzicht krijgen in de zouthuishouding.
Uitleg
Natrium en kalium (en chloor) spelen een belangrijke rol in alle lichaamscellen bij het transport van binnen naar buiten de cel en andersom. Natrium en kalium bepaling is vooral een maat voor de diagnose Zieke van Addison. Daarnaast is deze meting ook van belang voor een inzicht in de zouthuishouding met het oog op het toedienen van infusen.
Normaalwaarden
3.6 - 5.0 mmol/l
Lage waarden
Braken en/of diarree
Anorexie
Nierfalen
Ziekte van Cushing
Toediening van prednison
Hoge waarden
Ziekte van Addison
Blaasruptuur/obstructie
Medicijnen (furosemide)
terug
Natrium
Inzicht krijgen in de zouthuishouding.
Uitleg
Natrium en kalium (en chloor) spelen een belangrijke rol in alle lichaamscellen bij het transport van binnen naar buiten de cel en andersom. Natrium en kalium bepaling is vooral een maat voor de diagnose Zieke van Addison. Daarnaast is deze meting ook van belang voor een inzicht in de zouthuishouding, o.a. met het oog op het toedienen van infusen.
Normaalwaarden
141 - 149 mmol/l
Lage waarden
Braken en/of diarree met ernstige uitdroging
Eindstadium chronisch nierfalen
Ziekte van Addison
Suikerziekte
Hoge waarden
Uitdroging door ziekten of niet drinken
Braken en diarree
Suikerziekte
Hyperaldosteronisme
terug
Ammoniak
Diagnose portosystemische shunt.
Uitleg
Ammoniak is een afbraakproduct van eiwitten. Normaal wordt deze in de lever omgezet in ureum en uitgescheiden via de nieren. Bij een portosystemische shunt is er rechtstreeks verbinding tussen het bloedvat tussen de darm en de lever, buiten de lever om naar het lichaam. Daardoor vindt er stapeling van ammoniak in het bloed plaats.
Normaalwaarden
lager dan 45 mmol/l
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
Portosystemische shunt
Rood plasma door kapotte rode bloedcellen
Niet direct onderzocht monster
Monster onderzocht door een persoon die rookt
terug
TP
Totaal eiwit
Normaalwaarden
52 - 82 g/l
Lage waarden
Eiwitverlies (zie albumine) of ernstige ondervoeding
Hoge waarden
Chronische ontstekingen of uitdrogingen
terug
Albumine
Normaalwaarden
28 - 36 g/l
Lage waarden
Eiwitverlies door nier- of darmproblemen en bij levercirrose
Hoge waarden
Uitdroging
terug
AMYL
Amylase
Normaalwaarden
300-1500 U/l
Lage waarden
Alvleesklierverschrompeling
Hoge waarden
Alvleesklierontsteking
terug
CHOL
Cholesterol
Normaalwaarden
2.8-8.3 mmol/l
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
Te weinig schildklierhormoon
Vette maaltijd
terug
GLOB
Globuline
Normaalwaarden
25-45 g/l
Lage waarden
Vaak onduidelijk
Hoge waarden
Chronische ontstekingen
terug
Disclaimer:
De auteurs kunnen generlei aansprakelijkheid
aanvaarden voor het gebruik van dit product. Ondanks de grote
zorgvuldigheid betracht bij het samenstellen van deze informatie, kunnen
de auteurs generlei aansprakelijkheidaanvaarden voor eventuele
zetfouten en andere onjuistheden.
Copyright bij WHG Dierenartsen.
Haematologie
|
Soort cel |
Waarde |
Naam |
Interpretatie |
|
baso |
0-0.2 x 109/l |
basofielen |
Interpretatie moeilijk |
|
eo |
0.1-1.9 x 109/l |
eosinofielen |
Te hoog: allergieën of parasitaire
(worm)infecties |
|
ery |
5.5-8.5 x 1012/l |
rode bloedcellen |
Te hoog: uitdroging, chron. zuurstoftekort,
benauwdheid |
|
Ht |
38-57% |
haematocriet |
Te hoog: uitdroging, chron. benauwdheid, EPO misbruik |
|
leuco's |
6-17 x 109/l |
aantal witte bloedcellen |
Te hoog: (bacteriële) ontstekingen of leukemie |
|
lymfo |
1-4.8 x 109/l |
lymfocyten |
Te hoog: leukemie of virusinfecties |
|
mono |
0.1-1.8 x 109/l |
monocyten |
Te hoog: virusinfecties |
|
ret. |
20-80 x 109/l |
reticulocyten |
Te laag: gestoorde aanmaak rode bloedcellen |
|
seg |
3.9-12 x 109/l |
polymorfkern. (PMK) |
Te hoog: bacteriële ontstekingen |
|
thrombo |
145-440 x 109/l |
bloedplaatjes |
Te hoog: geen betekenis |
Elektrolyten en bloedgaswaarden
|
Bepaling |
Normaal |
Eenheid |
Interpretatie |
|
Base excess |
0-6 |
mmol/l |
Te laag: hijgen, chron. braken, shock, suikerziekte, nierproblemen |
|
Bicarbonaat |
15-23 |
mmol/l |
Te hoog: shock, suikerzieke, benauwdheid |
|
Chloor |
106-127 |
mmol/l |
Te laag: heftig braken of diarree |
|
Kalium |
3.4-4.9 |
mmol/l |
Te hoog: nierproblemen, ziekte van Addison, plasbuisverstopping, uitdroging |
|
Natrium |
142-150 |
mmol/l |
Te hoog: uitdroging,
zoutvergiftiging |
|
pCO2 |
35-38 |
mm Hg |
Te laag: hijgen, chron. braken, shock, suikerziekte, nierproblemen |
|
pH |
7.35-7.45 |
|
Te hoog: diarree, chron. braken, erg hijgen |
Hormonen
|
Hormoon |
Waarde |
Gemaakt in |
Betekenis |
|
cortisol |
25-125 nmol/l |
Bijnier |
Te hoog: ziekte van Cushing |
|
oestrogeen |
<15 nmol/l |
Testikel en eierstok |
Te hoog: bij bepaalde testikeltumoren, cysten op de eierstok |
|
progesteron |
0-40 mmol/l |
Eierstok |
Bij dektijdstip-bepaling bij de teef |
|
T4 thyroxine |
19-58 nmol/l |
Schildklier |
Te hoog: te snelwerkende schildklier |
|
testosteron |
1-20 nmol/l |
Testikel |
Wordt vooral gebruikt om te kijken of er nog testikelweefsel is blijven zitten na castratie of slechts één afgedaalde testikel |
|
TSH |
0-0.6 umol |
Hypofyse |
Hoog: schildklier werkt niet goed (als
oorzaak laag T4) |